
Zero Trust: geen product, een volgorde
Er wordt Zero Trust verkocht alsof het een doos is. Dat is het niet. Het is een uitgangspunt — vertrouw geen enkele verbinding op grond van waar hij vandaan komt — en dat uitgangspunt voer je in stappen in. Dit is welke stappen, en in welke volgorde.
Zero Trust is één zin: geen enkele verbinding is te vertrouwen op grond van waar hij vandaan komt. Niet omdat hij van kantoor komt, niet omdat hij door de vpn kwam, niet omdat het apparaat er vorige week ook was.
Het is geen product. Elke leverancier verkoopt er een, en elk van die producten dekt één laag. Wie een doos koopt en denkt klaar te zijn, heeft één laag gekocht en de rest niet.
De volgorde doet er meer toe dan de techniek. Begin bij identiteit, want dat is de laag waar het bij bijna elk incident op stukloopt en de laag die het minst kost om te verbeteren.
Wat Zero Trust is, en wat het niet is
Het oude model was eenvoudig: binnen het netwerk was vertrouwd, buiten niet. Er zat een firewall tussen, en wie erdoorheen was mocht bij alles. Dat werkte zolang iedereen op kantoor zat en alle systemen in dezelfde serverruimte stonden.
Geen van beide is nog waar. De mensen zitten overal, de systemen staan bij drie aanbieders, en de firewall staat om een netwerk waar het werk niet meer in zit. Zero Trust is het antwoord op die verschuiving, en het bestaat uit één regel: vertrouw geen enkele verbinding op grond van waar hij vandaan komt. Elke aanvraag wordt beoordeeld op wie hem doet, vanaf welk apparaat, en of dat op dat moment klopt.
Wat het niet is: een product. Je kunt geen Zero Trust kopen, net zomin als je veiligheid kunt kopen. Elke leverancier heeft er een doos voor — de een op identiteit, de ander op netwerk, de derde op de werkplek — en elk van die dozen dekt een deel. Wie er één koopt en denkt klaar te zijn, heeft één laag geregeld en drie niet.
En het is geen alles-of-niets. De meeste organisaties waar wij komen hebben al twee of drie onderdelen staan zonder het zo te noemen. De vraag is niet of je begint, maar welke laag als eerste.
Begin bij identiteit, altijd
Als er één plek is waar je moet beginnen, is het deze, en dat heeft twee redenen die los van elkaar gelden.
De eerste is dat het de laag is waar het misgaat. In de incidenten die wij zien is de ingang bijna nooit een technisch gat in een firewall. Het is een account: een wachtwoord dat elders is uitgelekt, een medewerker die op een goed nagemaakte inlogpagina klikte, een beheerdersaccount uit 2019 dat nooit is opgeruimd.
De tweede is dat het de goedkoopste laag is. Tweede factor aanzetten kost geen investering, alleen doorzettingsvermogen. Voorwaardelijke toegang inrichten — wie mag vanaf welk apparaat en in welke situatie iets — zit meestal al in de licentie die je hebt.
Wat er concreet moet staan:
- Tweede factor op alles, en op de beheerdersaccounts als eerste. Die zijn de moeite waard voor een aanvaller en niet dat van die ene collega uit de administratie.
- Voorwaardelijke toegang. Een inlog vanaf een beheerd apparaat hoort meer te mogen dan een inlog vanaf een onbekende laptop in een land waar je niemand hebt.
- Uitdiensttreding als proces. Een account dat blijft leven is een openstaande deur, en die deur is van buitenaf bereikbaar. Dit is geen techniek maar een afspraak met HR.
- Beheerdersrechten die tijdelijk zijn. Iemand is beheerder als hij iets beheert, niet permanent omdat hij dat drie jaar geleden een keer moest.
Hoe wij die laag inrichten staat onder cybersecurity.
Dan het apparaat, en pas daarna het netwerk
De tweede laag is het apparaat. Een geldige inlog vanaf een apparaat waar je niets van weet is nog steeds een risico, want de inloggegevens kunnen van dat apparaat gestolen zijn. Wat je hier wilt is simpel te benoemen en lastiger vol te houden: alleen apparaten die je kent en die bijgewerkt zijn komen bij het werk.
Dat botst met de praktijk, en dat hoort erbij. Er is altijd een externe die morgen moet meekijken en een directeur met een privételefoon. Het antwoord daarop is niet de regel afzwakken maar een tweede weg maken: minder rechten, geen bestanden lokaal, alleen in de browser.
De derde laag is het netwerk, en die komt bewust als laatste. Segmentatie — het netwerk opdelen zodat een besmet apparaat niet bij alles kan — is waardevol en het is ook het meeste werk. Bij organisaties met productie of medische apparatuur schuift het naar voren, omdat daar dingen op het netwerk hangen die je niet kunt bijwerken en dus moet afschermen. Bij een kantoororganisatie levert dezelfde inspanning op de identiteitslaag meer op.
De volgorde identiteit, apparaat, netwerk is geen wet. Het is wat in de meeste omgevingen het meeste risico wegneemt per bestede euro, en daar wijken we van af als jouw omgeving daar aanleiding toe geeft. Maar dan zeggen we erbij waarom.
Wat er met de vpn gebeurt
Dit is de vraag die in elk gesprek langskomt, dus hier het eerlijke antwoord.
Een vpn past niet in het Zero Trust-uitgangspunt, want hij doet precies wat je niet meer wilt: hij verplaatst iemand naar binnen, en binnen is vertrouwd. Wie via de vpn is, zit op het netwerk en kan bij alles wat op dat netwerk staat.
Toch adviseren wij hem zelden meteen weg te halen, en dat is geen slapheid. In vrijwel elke omgeving hangt er iets aan de vpn dat niet op een andere manier bereikbaar is: een oude toepassing, een machine, een leverancier die zo is aangesloten. Die weghalen is een project op zich, en tot dat project af is doet de vpn iets wat je nodig hebt.
Wat je wel meteen kunt doen is hem kleiner maken. Wie mag erop, met welke tweede factor, en waar komt hij uit — niet op het hele netwerk maar op de handvol systemen waar het om gaat. Dat is een middag werk en het haalt het grootste deel van het risico weg zonder dat er iets stukgaat.
Wat het kost aan gedoe
Bedragen staan niet op deze site. Wat er wel bij hoort is de andere prijs, want die wordt zelden genoemd en hij is de reden dat invoeringen stranden.
Zero Trust betekent dat mensen vaker iets moeten bevestigen, dat een apparaat dat niet bijgewerkt is niet meer werkt, en dat iemand die vroeger overal bij kon dat niet meer kan. Dat levert weerstand op, en die weerstand is terecht: het werk wordt er op korte termijn omslachtiger van.
Wat daar tegen helpt is niet uitleggen dat het moet van de norm. Wat helpt is de regel zo instellen dat hij mensen die normaal werken niet raakt. Een tweede factor die één keer per week vraagt in plaats van bij elke aanmelding, voorwaardelijke toegang die op een beheerd apparaat niets extra's vraagt — dat is het verschil tussen een maatregel die blijft staan en een maatregel die na drie weken wordt uitgezet omdat de directie erover viel.
En reken op een lijst uitzonderingen. Die is er altijd, en hij hoort opgeschreven te worden met een reden en een datum in plaats van stilletjes te bestaan.
Vragen die we hierover krijgen
De vragen die het vaakst langskomen als dit op tafel ligt.
Is Zero Trust een product dat we kunnen kopen?
Nee, en dat is geen woordenspel. Het is een uitgangspunt: geen enkele verbinding is te vertrouwen op grond van waar hij vandaan komt. Elke leverancier verkoopt er een product bij, en elk van die producten dekt één laag — identiteit, apparaat, netwerk of toepassing. Wie er één koopt heeft één laag geregeld. Wat je wél kunt kopen is de techniek die een laag mogelijk maakt, en die zit vaak al in de licenties die je hebt.
Moeten we onze vpn dan weg doen?
Uiteindelijk wel, meteen zelden. Een vpn doet precies wat Zero Trust wil vermijden: hij zet iemand binnen, en binnen mag alles. Maar in vrijwel elke omgeving hangt er iets aan dat niet anders bereikbaar is, en dat weghalen is een project. Wat wel meteen kan is hem kleiner maken: minder mensen erop, een tweede factor ervoor, en uitkomen op de systemen die nodig zijn in plaats van op het hele netwerk. Dat is een middag werk en haalt het meeste risico weg.
Waar beginnen we als we een klein team hebben?
Bij identiteit, en binnen identiteit bij de beheerdersaccounts. Tweede factor erop, tijdelijke rechten in plaats van permanente, en een lijst van wie er beheerder is die iemand ook echt bijhoudt. Dat kost geen investering en het dekt het scenario dat in de praktijk het vaakst voorkomt. Netwerksegmentatie is waardevol maar het is het meeste werk, en met een klein team is dat zelden waar je moet beginnen.
Vraagt NIS2 om Zero Trust?
Niet met die woorden. De Cyberbeveiligingswet, waarin NIS2 bij ons is uitgewerkt, vraagt om toegangsbeheer, om risicobeheer in de keten en om aantoonbaarheid — en Zero Trust is een manier om daaraan te voldoen, niet de enige. Wat een auditor wil zien is dat je weet wie waar bij kan en dat je dat kunt laten zien. Als je de identiteitslaag op orde hebt, valt dat bewijs vanzelf uit het beheer in plaats van dat iemand het achteraf bij elkaar zoekt.
Waar dit bij ons terechtkomt
De diensten waar dit onderwerp onder valt.
Wil je weten welke laag bij jou los zit?
De identiteitslaag is in een halve dag door te lichten en levert meestal meteen een lijst op die je zelf kunt afwerken.
Praktische IT-kennis in je inbox
Nieuwe gidsen over beheer, beveiliging en de werkplek, geschreven door de mensen die het werk doen. Geen verkooppraat, en afmelden kan met één klik.