
Windows of Linux: waar de keuze echt over gaat
Deze vraag wordt bijna nooit beslist door het besturingssysteem. Hij wordt beslist door welke toepassingen moeten draaien, wat je al aan licenties betaalt en wie hem om drie uur ’s nachts overeind houdt. Dit is wat er onder die drie zit.
Er is geen algemeen antwoord. Wie zegt dat Linux altijd goedkoper is of dat Windows altijd makkelijker beheert, heeft de vraag niet gesteld die ertoe doet: welke toepassing moet erop draaien, en wat gebeurt er als hij ’s nachts omvalt.
De kosten zitten zelden waar mensen ze zoeken. Windows Server rekent per fysieke kern met een minimum per server, plus toegangslicenties per gebruiker of apparaat. Bij Linux betaal je geen licentie maar wel ondersteuning, en zonder die ondersteuning betaal je in uren van je eigen mensen.
Beveiliging is geen eigenschap van het besturingssysteem maar van het onderhoud eromheen. Beide vallen op dezelfde manier om: een dienst die aan het internet hangt en niet is bijgewerkt, en een inlog die er nooit had moeten zijn.
De vraag die eronder ligt
Een keuze voor een besturingssysteem wordt in de praktijk zelden op het besturingssysteem gemaakt. Hij wordt gemaakt op drie dingen die er al zijn voordat iemand de vraag stelt.
- Welke toepassing erop moet draaien. Draait je ERP alleen op Windows, dan is de vraag beantwoord. Levert je leverancier zijn software als container, dan ook, alleen andersom. Dit is verreweg de meest bepalende factor en meestal de enige die telt.
- Wat je al betaalt. Zit je organisatie in Microsoft 365 met identiteiten in Entra ID, dan is een Windows-server geen nieuwe wereld maar een verlengstuk van een wereld die je al beheert. Dat is geld waard, ook al staat het op geen enkele offerte.
- Wie hem ’s nachts overeind houdt. Een team dat vloeiend is in het één is traag in het ander, en om drie uur ’s nachts is traag hetzelfde als stuk.
Pas als die drie geen uitsluitsel geven, is de vergelijking hieronder aan de orde. Dat komt minder vaak voor dan je zou denken.
Waar de kosten werkelijk zitten
Bedragen staan niet op deze site, de opbouw wel, want daar zitten de verrassingen.
Windows Server rekent per fysieke kern van de machine, met een minimum per server en per processor. Dat minimum is precies waar de rekensom onderuit gaat: een machine met weinig kernen kost het minimum, en een dichte host met veel kernen kost een veelvoud van wat er in de begroting stond. Daarbovenop komen toegangslicenties, en die tellen per gebruiker of per apparaat dat de server benadert — niet per gelijktijdige sessie. Een ploegendienst van driehonderd mensen op vijftig werkplekken is dus geen vijftig.
Linux kent die opbouw niet. Bij Red Hat en SUSE betaal je een abonnement per machine of per socket, en dat abonnement is ondersteuning en geen gebruiksrecht: het draait ook zonder. Bij Debian en Ubuntu betaal je niets, en kun je ondersteuning apart bijkopen als je die wilt.
Daar zit de val van de gratis kant. Een besturingssysteem zonder licentie is niet hetzelfde als een besturingssysteem zonder kosten. Wat je niet aan een fabrikant betaalt, betaal je in uren van iemand die de updates plant, de kernelversies volgt en om twee uur ’s nachts wakker wordt. Voor één server valt dat weg in de ruis. Voor dertig niet.
De beveiligingsvergelijking, eerlijk
Dit is het deel waar het meeste onzin over wordt geschreven, meestal met een telling van gepubliceerde kwetsbaarheden erbij. Die telling zegt niets. Ze meet hoeveel er gevonden en gemeld is, niet hoeveel er is, en de twee tellen niet op dezelfde manier: een Linux-distributie telt duizenden pakketten mee die bij Windows los geleverd worden.
Wat in de praktijk wel verschilt, is dit:
- Het standaardoppervlak. Een kale Linux-server draait weinig en luistert weinig. Een Windows-server komt met meer aan boord. Dat is te verhelpen — rollen die je niet gebruikt zet je uit — maar het vraagt een handeling en handelingen worden overgeslagen.
- Waar de kroonjuwelen liggen. In een Windows-omgeving is dat de directory. Wie domeinbeheerder wordt, heeft alles. In een Linux-omgeving is het equivalent het beheer van sleutels en van sudo. Beide zijn te beschermen, en in beide gevallen is dat de plek waar je de moeite in stopt.
- Het ritme van bijwerken. Windows heeft een vaste maandelijkse cyclus, wat plannen makkelijk maakt en de tijd tot een patch soms lang. Bij Linux komt het per pakket en per distributie, wat sneller kan zijn en meer aandacht vraagt.
Wat beide omgevingen omver duwt is hetzelfde, en het is geen van beide eigen: een dienst die aan het internet hangt en achterloopt, en een inlog die er nooit had moeten zijn. Wij hebben nog nooit een incident gezien dat te wijten was aan de keuze tussen deze twee. Wel aan de aandacht die erna is gegeven.
Over prestaties, kort
Er wordt veel gezocht op vergelijkingen van snelheid tussen de twee. Voor het soort werk waar wij mee te maken hebben — bestandsdiensten, databases voor een organisatie van tientallen tot honderden mensen, toepassingsservers — is het besturingssysteem vrijwel nooit de rem.
De rem is de opslag, het geheugen, of een query die niemand ooit heeft aangeraakt. Een server die te traag is wordt in negen van de tien gevallen niet sneller van een ander besturingssysteem, en wel van een schijf die niet meer meekomt vervangen.
Wij plakken hier geen cijfers bij. Een benchmark zonder de meting erbij is een mening met een decimaal, en de meting die telt is die op jouw werklast.
Wanneer welke wint
Als de drie vragen aan het begin geen uitsluitsel geven, komt het hierop neer.
Windows Server wint als je identiteiten al in de Microsoft-wereld staan, als groepsbeleid en de bekende beheerhulpmiddelen werk uit handen nemen dat je anders zelf moet schrijven, of als een leverancier alleen daarop ondersteuning geeft. Dat laatste is geen technisch argument maar wel een echt argument: ondersteuning die je niet krijgt, betaal je zelf.
Linux wint bij alles wat aan het internet hangt en veel exemplaren telt, bij werklasten die in containers zitten, en overal waar de licentiekosten meeschalen met een groei die je niet in de hand hebt. Bij webdiensten, verwerkingsschakels en alles met Docker of Kubernetes eromheen is het meestal geen keuze maar een vanzelfsprekendheid.
En vaak is het antwoord allebei. De meeste omgevingen die wij overnemen draaien al een mengeling, meestal zonder dat er ooit voor gekozen is. Dat is geen probleem zolang één ding klopt: dat je van beide weet wie hem bijwerkt, wie hem terugzet en waar dat is opgeschreven. Hoe wij dat inrichten staat onder managed IT.
Vragen die we hierover krijgen
De vragen die het vaakst langskomen als deze keuze op tafel ligt.
Is Linux veiliger dan Windows?
Niet als eigenschap. Een kale Linux-server draait standaard minder en biedt dus minder aanvalsoppervlak, en dat is een echt verschil. Maar wat omgevingen omver duwt is bijna altijd hetzelfde: een dienst die aan het internet hangt en achterloopt met updates, of een inlog die er niet had moeten zijn. Die twee zijn onafhankelijk van het besturingssysteem. Een goed onderhouden Windows-server is veiliger dan een vergeten Linux-server, en andersom.
Wat kost Windows Server nu echt?
De opbouw is belangrijker dan het bedrag. Je betaalt per fysieke kern van de machine, met een minimum per server en per processor, plus toegangslicenties per gebruiker of per apparaat. Dat laatste telt niet per gelijktijdige sessie, dus een ploegendienst kost meer dan het aantal werkplekken doet vermoeden. Wij rekenen dat met jouw aantallen door en laten de som zien in plaats van er een conclusie uit voor te lezen.
Kunnen we ze naast elkaar draaien?
Ja, en de meeste omgevingen die wij overnemen doen dat al. De prijs ervan is niet technisch maar menselijk: je hebt van beide iemand nodig die weet wat hij doet als het misgaat. Voor een klein team is dat de echte overweging, niet de virtualisatielaag — die vindt het allang niet meer erg.
Onze Windows Server 2016 loopt af. Is dat een reden om over te stappen?
Het is een reden om iets te doen, niet om dit te doen. De uitgebreide ondersteuning voor Windows Server 2016 stopt in januari 2027, en daarna komen er geen beveiligingsupdates meer. Een overstap naar Linux moet volgen uit de toepassing die erop draait; komt die er niet uit, dan is een nieuwere Windows-versie het rustigere pad. Het slechtste antwoord is het zoveelste jaar uitstel: een server zonder updates is geen server met een risico maar een openstaande deur.
Waar dit bij ons terechtkomt
De diensten waar dit onderwerp onder valt.
Twijfel je over de juiste kant?
Noem welke toepassingen erop moeten draaien en wie het beheer doet. Daar valt deze keuze meestal binnen een half uur mee te maken.
Praktische IT-kennis in je inbox
Nieuwe gidsen over beheer, beveiliging en de werkplek, geschreven door de mensen die het werk doen. Geen verkooppraat, en afmelden kan met één klik.